Home pageBoek besprekingenMystiek en verzet



Mystiek en verzet

een beschouwing op WWW.VRIJZINNIG.NET
naar aanleiding van een boek van Dorothee Sölle en een
dag praten erover in de Priorij Emmaus te Maarssen.

Het boek van Dorothee Sölle "Mystiek en verzet" laat zich niet samenvatten,
daarvoor bevat het een te grote schat aan verhalen, overpeinzingen, gedichten, ideeeën, levensgeschiedenissen. Het is geen boek om in één keer uit te lezen, maar eerder om telkens een paar bladzijden ervan te 'proeven'. En te ontdekken wat het bij je oproept. Dit is dan ook geen boekbesprking of samenvatting. Maar ik vind haar ideeën té belangrijk om eraan voorbij te gaan, vandaar een beschouwing naar aanleiding van wat ze schrijft en van wat ik erover vernam in bovengenoemd klooster.

Dorothee Sölle zegt eigenlijk gewoon: kies voor het leven, voor de heelheid, de eenheid van het leven en accepteer het lijden, de gebrokenheid, de gevangenis waarin we zitten, niet. Dat klinkt zo eenvoudig. En dat is het ook. Tegelijk is het zo complex, omdat we ons een andere visie eigen hebben gemaakt, die heel hardnekkig is, die diep in ons zit ingebakken. We leven in een wereld die gebouwd is op een visie, een manier om de werkelijkheid te benaderen, een manier om te leven, die precies het tegenovergestelde doet: die kiest voor dood, voor pijn, onderdrukking, gevangenschap.
Om die spanning draait het allemaal. In het boek "Mystiek en verzet" werkt ze deze spanning uit, doorgrondt ze deze relatie zoals ze steeds gedaan heeft, maar nu indringender dan ooit. Allerlei thema's die ze eerder heeft uitgewerkt, komen hier bij elkaar en worden verdiept. Om duidelijk te maken: mystiek is verzet. Dat is dé stelling van het boek.
Of iets uitgebreider gezegd:
Mystiek is de ervaring van de eenheid en de heelheid van het leven.
Mystieke levensbeschouwing, mystiek schouwen is dan ook de
onverbiddelijke waarneming van de gebrokenheid van het leven.
Lijden aan de gebrokenheid en die ondraaglijk vinden - dat behoort tot de mystiek.
Het verzet dat hier uit groeit, uit deze ervaring van schoonheid, eenheid, heelheid en tegelijk de waarneming van de gebrokenheid, het lijden kan allerlei vormen aannemen. Maar of het nu gaat om een zich terugtrekken, de weigering, het niet op één lijn zitten, de afwijking, de dissidentie, de hervorming, het verzet, de rebellie of de revolutie - in al deze vormen van verzet steekt een nee tegen de wereld zoals die nu is.
Het boek is een zoektocht naar mystieke tradities van verzet in de bijbel, geschiedenis, heilige schriften vanuit verschillende religieuze stromingen en - niet te vergeten - ervaringen van alledag.Een boek vol gedachten, dromen, woorden en belevenissen van mystici die ons dichter bij onze eigen ervaringen brengen, onze verhalen kunnen helpen duiden, een ander licht werpen op onze herinneringen. Sölle geeft met haar boek een ontwerp van een mystieke reis voor vandaag. Wat komt daar nu allemaal bij kijken om goed op reis te kunnen gaan? De weg tot de mystieke ervaring is op vele manieren in de verschillende tradities omschreven, met allerlei verschillende tussenhaltes. Voor Dorothee Sölle bestaat onze reis uit drie stappen: zich verwonderen, loslaten en zich verzetten.

Verwonderen

Wij zijn allen mystici

Om te beginnen een uitspraak die wellicht voor Quakers niet zo verwonderlijk is
(Thomas Kelly sprak er ook van): wij zijn allemaal mystici. Mystieke ervaringen en mystiek bewustzijn is geen elitaire aangelegenheid van enkele uitverkorenen, maar zijn menselijke ervaringen, die eigenlijk iedereen kent, maar niet altijd herkent. Mystiek hoef je niet met overdreven erbied te benaderen. Ze is niet buitengewoon of extreem. Ze komt in allerlei vormen voor en is via allerlei wegen te bereiken. De weg die voor iedereen toegankelijk is, daar waar geest en materie, handelen en denken, elkaar treffen, die weg is in de traditie ondergesneeuwd. Toch biedt deze weg mogelijkheden voor een ander leven.
Mystieke ervaringen zijn niet anders dan wat in de religies gevierd of beloofd wordt, maar, zegt Sölle, wie slechts leeft van de geloofde acceptatie heeft nog niet existentieel ervaren waar het om gaat. Mystiek zet religieuze leer om in gevoel, ervaring en zekerheid. Mystici zijn dus normale mensen, van allerlei soort en komaf. God is immers voor iedereen beschikbaar. We zijn allemaal in staat om anders te zijn, onszelf te verlaten. Sölle noemt dat mystieke ontvankelijkheid.

We zijn niet voor het kleine geschapen

Nog een belangrijke eigenschap of kenmerk van mystieke ervaring en mystiek bewustzijn zal wellicht ook verwondering wekken: Sölle verwoordt mystieke ervaring als volgt:
Mystieke ervaring betekent dat het ik uittreedt uit zijn vastgestelde en vermeende grenzen; het verlaat de wereld van alledag en tegelijk zichzelf als het door deze wereld gedefinieerde wezen. Anders gezegd: mystieke ervaringen zijn ervaringen waarbij je de werkelijkheid anders ziet dan doorgaans, waarbij je een andere blik hebt op jezelf, de ander en de wereld om je heen. Het vanzelfsprekende, het algemeen gangbare is niet meer het uitgangspunt; er dienen zich andere mogelijkheden aan. Het kan anders! Dit vermogen om uit jezelf te treden en iets nieuws te beginnen, iets te veranderen, te scheppen impliceert een beeld van mensen dat gebaseerd is op - en het klinkt misschien vreemd - verhevenheid, grootheid. Wij zijn niet voor het kleine geschapen, zegt meester Eckhart. Het gaat om de basiservaringen van één zijn, van het volkomen geluk, van de vrijheid van angst. Daarom kan mystieke ervaring niet zonder extase. Sölle zegt:
Spirituele vrijheid wordt daar beleefd waar wij onze begrenzing ervaren, doordat we haar verlaten. De mystieke extase betekent de ontdekking van de begrenzing van de geest en het overschrijden van bestaande grenzen. Dat ik blind was weet ik pas bij het nieuwe zien, dat ik in een gevangenis zat wordt pas duidelijk als de deur wordt geopend. Niet het zelf wordt overstegen en verlaten, maar wel het verstarde, in de gevanenis ingeslapen ik.
Enthousiasme, begeestering - letterlijk ingaan in God, vervuld zijn van God - is levensnoodzakelijk. Zoals Sölle ook zegt: Zonder mystiek (en dus extase) verkommert het beeld van de mens tot een consumerende en producerende machine, die God niet nodig heeft, noch zijn beeld kan zijn.

Het 'zonder waarom'

We zijn nog steeds bij het begin van onze reis: het verwonderen, de werkelijkheid anders zien. Voor we verder trekken moeten we nog een keer even stilstaan bij iets wonderlijks. Want hoe wezenlijk de mystieke ervaringen ook zijn en hoe natuurlijk ze horen bij ons leven, toch hebben we er nauwelijks woorden voor. Waarom is onze taal zo hulpeloos? Waarom kunnen we over dat wat we het meest nodig hebben niet delen door communicatie? Eckhart duidt dit aan met zijn begrip van het 'zonder waarom ', een essentiële uitdrukking van het mystieke zijn. Het is de afwezigheid van elk doel elke berekening, elk 'iets voor iets anders ', elke macht die het leven aan zich ondergeschikt maakt. Zoals de roos bloeit omdat ze bloeit, zonder waarom. Het staat tegenover de verscheurdheid tussen zijn en handelen, ervaren en doen. Het is datgene wat ten grondslag ligt aan alle Godsverlangen. Maar omdat onze taal een deel is van ons leven in de wereld van doelstellingen en planning, voldoet deze niet om over God te spreken. Toch kunnen we niet zonder: gelukkig hebben we vele voorbeelden in de geschiedenis van vrouwen en mannen die taal gevonden hebben om een andere relatie tot de wereld onder woorden te brengen. Poëtische taal, de taal van de tomeloze hartstocht, een taal zonder macht en doel.

Ik ben wat ik doe

God liefhebben is de oorsprong van de mystieke relatie. Het betekent dat je je bevrijdt van de instituties, van de rolpatronen, van de rituëlen van de religie. De uitdrukking 'ik ben wat ik doe' brengt ons terug naar de eerste stap op de mystieke weg: zich verwonderen, overweldigd worden, geluk ervaren, eenheid ervaren.
'Ik ben wat ik doe' is een andere manier om het uitgaan uit jezelf te beschrijven, je oude ik te verlaten, het samengaan van zijn en handelen te omschijven, om bij-zichzelf-zijn als een ervaring van buiten-zichzelf-raken, van extase te omschrijven. Alle omhulsels, vormen, rollen die het ik normaliter onder controle heeft, vallen weg. Het ik wordt vrij, geen verplichting, dreiging, belofte, wens of angst, maar 'zonder waarom'. Maar vaker zijn we niet helemaal wat we doen, slechts ten dele werken, lachen, zoenen, of ook mediteren, is heel normaal.
Om te zijn wat we doen, zegt Sölle, hebben we een op andere zaken gerichte aandacht, een andere intensiteit nodig, een ander verzinken in dat wat we ongedeeld, volkomen één, doen: verwondering, verbazing. Vrij worden van gewoontes, inzichten en overtuigingen. Hetzelfde anders zien.
Het geluk, de goedheid die we ervaren, het loven van God, is de eerste stap. We beginnen pas dan gelukkig te zijn, als we begrijpen, dat leven zonder verwondering niet de moeite van het leven waard is ', zegt Abraham Heschel.

Loslaten

Voorbij dualisme

Verwondering is tegelijk een begin van zichzelf verlaten, de tweede stap. Loslaten. God missen. De donkere nacht zoals mystici wel zeggen.
Het tweede deel van het boek gaat over loslaten als anders gaan kijken, niet dualistisch Zo wil ze ook mystiek en verzet niet tegenover elkaar plaatsen en ze noemt daarbij plekken van mystieke ervaring. Ze noemt vijf gebieden waar mensen het mystieke eenzijn, de doorbraak of het totale zijn ervaren. Ze noemt natuur, erotiek, lijden, gemeenschap en vreugde. Niet dat dit de enige plekken zijn: elke plek, zelfs een kerk, zegt Sölle veelzeggend, kan worden beschouwd om God te ontmoeten. Dat ze deze plekken kiest, sluit aan bij haar streven om ons duidelijk te maken dat wij allen mystici zijn, om mystiek te democratiseren. Ze kiest plekken die algemeen toegankelijk zijn, natuurlijke en niet kunstmatig bedachte plekken. Ik ga hier niet in op het ervaren van mystici wat deze plekken betreft nu en in de historie, wat Sölle wel doet, maar ik wil even iets over het lijden zeggen. Ter sprake komt bijvoorbeeld een heel andere vorm van lijden, namelijk mede-lijden, de weerzin tegen de wereld, het verzet tegen de wereld en de schrijfster noemt hier het verhaal van Job, die zijn noodlot verbindt met de ander die onschuldig lijdt. Bij het onderwerp gemeenschap noemt ze ook de quakers, een moderne levendige vorm van gemeenschappelijke mystiek bij uitstek. Ze maakt zichbaar dat mystiek leven tot gemeenschap leidt. De verruiming, de verdieping, verandering die de mystieke ervaring bewerkstelligt, brengt een proces op gang, een proces dat niet individueel blijft, maar op de wereld gericht is. De mystieke ervaring maakt immers bewust van de gebrokenheid, de ellende, het lijden in de wereld en op die wereld is dan het verzet ook gericht dat groeit uit die
rvaring. Ze zegt: Mystiek denken kan het individu niet aanvaarden als alleenstaand, als een mens op zich, zichzelf genoeg. Het heeft altijd al aan het individu God toegevoegd, en deze God heeft de gemeenschap nodig (...). Bij de laatstgenoemde plek, vreugde, wordt nog een bijzonder aspect genoemd, namelijk opmerkzaamheid, de voorwaarde voor de vreugde. Ze citeert hier een boeddhistische leermeester uit Vietnam: er zijn twee manieren om de afwas te doen: de eerste is de vaat te wassen om een schone vaat te krijgen, en de tweede is de vaat te wassen om de vaat te wassen. Dorothjee Sölle zegt: we denken steeds aan iets anders en zijn niet in staat om ook maar een minuut van ons leven werkelijk te leven.



Leren loslaten van ik, bezit en geweld

Deze stap is niet los te zien van de eerste, de verwondering. In de verwondering zien we de werkelijkheid anders en bereiden we ons voor op het tweede pad van de mystieke tocht, het loslaten. Het leren loslaten begint met eenvoudige vragen: Waardoor laat ik me niet van de wijs brengen? Wat raakt me? Wat kies ik?
Het gaat om een afscheid nemen van gewoontes en vanzelfsprekendheden. Voor Sölle is het belangrijkste het loslaten van de groeiende afhankelijkheid van het consumentisme. *) Dit loslaten komt voort uit die verwondering; het is beslist geen loutering, reiniging, ascese omdat het moet, uit discipline of gehoorzaamheid, maar omdat de ervaring van verwondering duidelijk maakt hoe ver we afstaan van de eenheid, heelheid, schoonheid. Onze relatie tot de belangrijkste werkelijkheden, of beter gezegd de zogenaamde belangrijkste werkelijkheden als bezit, ego en geweld verandert. In de traditie heet dit de donkere nacht, het missen van God. Leeg worden, loslaten betekent niet alleen dat men overtollige ballast kwijtraakt, maar ook dat men zich vereenzaamt. Vandaag de dag is de ecologische catastrofe de achtergrond waartegen de huidige mystieke reis moet worden gedacht. Sölle merkt op dat het steeds moeilijker zal zijn om de oorspronkelijke verwondering te beleven en dat de donkere nacht steeds dieper zal worden.
Loslaten betekent een andere relatie tussen ik en ik-loosheid, bezit en bezitloosheid en geweld en geweldloosheid. Aan deze relaties besteedt Sölle veel aandacht. Ik-loosheid, bezitloosheid en geweldloosheid zijn de grondslagen voor verandering in ons leven. Ego, geweld en bezit staan ons hierbij te veel in de weg. Niet dat Sölle pleit voor een totaal verlies van het ik of voor een leven zonder bezit, maar aan de hand van grote mystici zoals Johannes van het Kruis, Albert Schweitzer, Simone Weill, Franciscus van Assisi , Mahatma Gandhi en John Woolman wijst ze op de waarde van een kritische blik op ego, bezit en geweld.

Verzet bieden

Waartegen zich verzetten?

De derde stap leidt tot heel worden, eenworden, dat tegelijk een zich verzetten is. Want het helen realiseert zich in vormen van verzet. Compassie (medelijden) en gerechtigheid zijn de sleutelwoorden. Onze westerse wereld wordt bepaald door twee tendensen: globalisering en individualisering. Steeds meer snelheid, productiviteit, verbruik en winst voor ongeveer 20 procent van de mensheid. En het individu is niet meer dan een consument, een verbruiker, die verslaafder en afhankelijker wordt. Deze macht van het materialisme heeft geen oog voor ecologische en sociale gevolgen. We zijn vijanden van de aarde, van elkaar, van onszelf. Sölle geeft aan dat ze worstelt met haar eigen angst voor de wereld en met het gevoel dat de religie afstevent op en sterft in een geesteloos materialisme. Dit is haar donkere nacht.
Een donkere nacht die heel zwaar en ingrijpend is en dat moet niet onderschat worden, maar deze worsteling, deze donkere nacht heeft niet het laatste woord. 'God kennen (en dus ook God missen)', zegt Sölle, 'betekent weten wat er te doen valt'.
En zo maakt Sölle nog eens duidelijk: verzet en (dus) verandering is alleen mogelijk als er eenheid en gebrokenheid, licht en donker, leven en dood, geluk en vervreemding, hoop en wanhoop, enthousiasme en kritiek ervaren wordt. Het verwonderen kan niet zonder het loslaten; het loslaten niet zonder de verwondering. Verzet is dus gebaseerd op enthousiasme en kritiek, op God kennen én missen. Maar hoe bied je verzet?

Hoe zich verzetten?

Verzet, het begrip verzet, roept veelal het beeld op van grote acties, van de barricade, van felle en sterke tegenstand. Maar dat beeld is door dit boek veel rijker geworden. Verzet heeft vele vormen, zoals van mening verschillen, onthouding, weigering, boycot, staking, hervorming, tegenvoorstel, dialoog of meditatie. Het betekent ook: rust, verpozing, ontspanning.

Ten slotte

Ik wil nog even het begincitaat herhalen:

Mystiek is de ervaring van de eenheid en de heelheid van het leven. Mystieke levensbeschouwing, mystiek schouwen is dan ook de onverbiddelijke waarneming van de gebrokenheid van het leven. Lijden aan de gebrokenheid en die ondraaglijk vinden - dat behoort tot de mystiek.

Mystiek en verzet zijn begrippen die onlosmakelijk verbonden zijn, evenals vrijheid en angst, alles en niets, God en mens.

Henk Ubas

Bronnen: boek Mystiek en verzet
van Dorothee Sölle en
een dag praten erover in de
Priorij Emmaus te Maarssen.
.
*) In tegenstelling tot de Nederlandse betekenis van dit woord wordt met consumentisme waarschijnlijk het dwangmatig consumeren bedoeld.
(webmaster)

Zoeken naar woorden

Bij het opruimen van zijn bureau vond ds. Jils Amesz tussen de stapels boeken een oud blad met enkele dichtregels over de vorig jaar voorjaar overleden duitse theologe Dorothee Sölle. Hij schrijft daarover:

Stem die onrust wekt als trommels in de nacht
die tegenspreekt en aanspoort om te zien wat is
God te horen temidden van zoveel angstlawaai.
De hoop leren, elke dag weer, . . . en visioenen zien
van deze wereld anders in nieuwe beelden, nieuwe taal.

Na het lezen van dit gedicht heb ik weer eens enkele boeken van haar uit de kast gehaald om te lezen. Af en toe las ik passages uit haar boeken. Maar ik werd vaak moe van het appel dat ze bij voortduur deed. Moe van het (typisch protestantse) schuldgevoel dat ze bij je opriep als je de luwte van het toeschouwer zijn, het consument zijn verkoos. Omdat het leven nu eenmaal meer is. Teruglezend in haar boeken, haar gebeden en gedichten, valt me op, hoezeer ze gebruik maakt van de taal. De woorden die ze kiest. De beeldspraken die ze gebruikt confronteren, maken iets los.
Bijvoorbeeld toen ze opriep om "God te zien als een kracht tot verzet in een wereld, "die dronken is van het bloed van de onschuldigen".
Haar taalgebruik is niet alleen een gave, het is ook een bewuste keuze.
Sölle was op zoek naar een nieuwe taal voor het hedendaagse geloof.
Ze vond het noodzakelijk voor de voortzetting van het geloof.
We kunnen alleen over God spreken als we tot Hem spreken, was haar standpunt.
En dat kan nu eenmaal niet op een wetenschappelijke manier.
We hebben dus een andere taal nodig om ons uit te drukken. Ik citeer Sölle:
"Ik ervaar onze taal als verminkt. Wanneer een woord als "liefde" gebruikt wordt in de reclame (bijv. voor een auto), of "schoonheid" voor de was, dan hebben deze woorden geen betekenis meer. Woorden die toegepast kunnen worden op God en hun plaats hebben in het geloof, verliezen aan betekenis als ze oppervlakkig worden gebruikt".
Zij bedoelt daarmee niet dat we geen alledaagse woorden meer kunnen gebruiken om tot God te spreken, maar ze bedoelt dat woorden uit het geloofskader betekenisloos worden als ze geplaatst worden in een commerciële context.
"Ik heb een visioen nodig", zegt ze, "dat ik met anderen delen kan. We hebben een taal nodig die meer zegt dan zich uit waarneming laat rechtvaardigen". En dus creëerde zij zo'n taal. Een taal die eerder “theo-poëzie” in plaats van theologie genoemd kan worden. Als een illustratie van haar nieuwe poëtische taal vond ik in een gebedenbundel het volgende gebed:

"Wat hebben wij nodig voor de vrede?":

Wat hebben wij nodig voor de vrede
dat willen wij met u bespreken God
wij hebben veel meer vrienden nodig
om meer vrede te kunnen scheppen. . .

Bewaar ons God voor de romantische vergissing
dat vriendschap een geschenk uit de hemel is
en voor de conservatieve vergissing
dat ze groeit in lange jaren zoals bomen
leer ons inzien dat vriendschap arbeid is
een bouwwerk zoals alles wat goed is voor ons.

We hebben vrienden nodig die weten
dat ze niet alles met zich laten doen
die een stem hebben en meebeslissen
die solidair zijn met de onderdrukten
die hun angst steeds meer overwinnen
en zo de vrede verbeiden.

Poëzie geeft voor Sölle woorden aan wat ten diepste onzegbaar is.
En die poëzie krijgt bij haar de vorm van gebeden en gedichten.
Het gebed en het gedicht zijn voor haar een manier om uitdrukking
te geven aan het gelovig spreken van mensen met God.

Jils Amesz

Zie voor de begrippen: spiritualiteit en mystiek

www.spiritualiteit.net


De gloed van Dorothee Sölle

Dorothee Sölle is niet meer. In het voorjaar van 2003 stierf ze plotseling.
Een bewogen en bevlogen vrouw, moeder, profetes en dichteres, onvermoeibaar vechtster voor vrede, tegen onderdrukking
en voor de heelheid van de schepping, en zoveel meer.

‘Ze leefde je het leven voor’

In de eerste dagen na haar overlijden belden er veel mensen naar het IKON-pastoraat. Judith van der Werf vertelt daarover: ze waren aangedaan door haar dood, aangeslagen alsof ze een familielid verloren hadden. Ze was voor hen niet alleen een gids geweest, voorbeeld, inspiratiebron. Ze was voor hen misschien nog meer een moeder die je voedt en richting geeft, je aanmoedigt en bij de les houdt. ‘Ik mis haar nu al,’ zei iemand, ‘want ze leefde je het leven voor’. ‘Haar foto hangt hier al dertig jaar aan de wand tussen de familieportretten, zei een ander.’

Als je dan probeerde te achterhalen wat hen dan zo verbond met haar, wat ze herkenden, ja, dan was er zoveel op te noemen. Voor velen was ze vooral een gelovig mens. Dorothee Sölle gaf het christendom een gezicht dat ook buiten de kerk gezien werd en erkenning kreeg. En dát in een tijd dat geloof en medemenselijkheid nou niet zo hoog scoorden. Een ander voelde zich vooral door haar erkend in haar vrouw zijn. ‘Ik voelde me door haar gezien en getroost", zei ze.

Dorothee Sölle bracht de ervaringen van vrouwen over het voetlicht, ze gaf stem aan hun pijn en hun kracht, ze was een soort identificatiefiguur, Een man herkende in zijn eigen leven de schaamte die Dorothee Sölle uitsprak ten aanzien van de Tweede Wereldoorlog en de rol van Duitsland, haar eigen volk. Dat zij nadrukkelijk afstand nam van elk denken en doen dat riekte naar ‘Wir haben es nicht gewusst’, had hem gesteund om zíjn weg te gaan. Zijn ouders hadden bij de NSB gezeten en hij probeerde als ‘kind van de oorlog’ een ander geluid te laten horen. Haar voorbeeld strekte hem tot moed.

Politieke avondgebeden

Al die verhalen en herinneringen zijn heel indrukwekkend en herkenbaar. Dorothee Sölle wist je te raken als ze sprak, ze kon je bezielen. Zo, vertelt Judith van der Werf, herinner ik me haar: een kleine frêle, op het eerste gezicht bijna kleurloze vrouw die je helemaal meenam in de gloed, in het vuur van haar spreken. Een vrouw die je kon ontroeren.

Vanaf 1968 organiseerde ze politieke avondgebeden naar aanleiding van wat er in die tijd speelde, zoals de oorlog in Vietnam, maar ook de autoritaire structuren in de kerk en discriminatie van vrouwen. Dat ze de ervaring van mensen, informatie over politieke situaties, analyses legde naast bijbelteksten en vervolgens gebeden uitsprak, de aanwezigen tot actie en discussie opriep, dat was een waagstuk van de eerste orde. Ze bracht liturgie op straat en omgekeerd de politieke en sociale wereld de kerk binnen. Ze deed altijd een appel op je en riep het (typisch protestantse) schuldgevoel bij je op als je de luwte van het toeschouwer zijn, het consument zijn verkoos. Omdat het leven nu eenmaal meer is.

De glans van haar gezicht

Dorothee Sölle ging onvermoeibaar door. Ze maakte steeds opnieuw die verbinding van mystiek en verzet, van roepen, schreeuwen en vervolgens dáár zijn waar mensen lijden, zich weren en proberen op te staan tegen doodse en dodelijke situaties in. Ze was geen wetenschapper met het hoofd in de wolken. Ze bleef dicht bij het leven in al zijn weerbarstigheid, dichtbij wat mensen - ook zij zelf - ervaren aan pijn, teleurstelling en vreugde. Ze schreef bijvoorbeeld heel open over wat haar scheiding (aan het begin van de jaren ’60) haar deed. Maar tegelijk was haar spreken zo vol gloed, zo vol hoop dat ze leek op Mozes. Mozes zou het beloofde land niet binnengaan, hij moest het doen met het visioen, en toch glansde zijn gezicht toen hij van de berg kwam waarop hij met God sprak. Dat precies had Dorothee Sölle ook.

Twee levensthema’s

Teruglezend in haar boeken, haar gebeden en haar gedichten valt op hoezeer ze het spoor dat ze ingezet had met haar eerste boek ‘Plaatsbekleding‘ is blijven volgen. Wat daarna kwam is eigenlijk steeds uitwerking of toespitsing van wat ze eerder aan de orde stelde. En ook waar ze later meeging in heel diverse stromingen alsof ze flirtte met wat in de mode was - ze was betroken bij de anti-apartheidsbeweging, bevrijdingsbewegingen, de vredes-, vrouwen-, de milieubeweging, het antiglobalisme - het was altijd dicht bij de weg die ze om te beginnen gekozen had. Bärbel Wartenberg-Potter (bisschop in de Evang. Luth. Kirche in Duitsland), die de meditatie hield bij haar begrafenis, zei dat het feitelijk twee levensthema’s waren die haar dreven. Het ene levensthema was het visioen van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde uit de Openbaring van Johannes (Openbaring 21). ’We hebben een nieuwe hemel en een nieuwe aarde nodig ‘, zei Dorothee Sölle, ‘een andere wijze van leven, van handelen, van delen, van liefhebben. Want die oude aarde,’ zei ze, ‘is bezoedeld door bloed, verscheurd door oorlogen. Wouden sterven, velden verdrogen. Op onze oude aarde leren kindsoldaten doden met lichtgewichtwapens uit Europa. Op deze aarde voeren we precisieoorlogen uit zoals in Irak, waarmee we de mythe van de almacht van wapens voeden en het volkenrecht omverhalen. Terwijl de schreeuw van kinderen om voedsel ongehoord blijft.’ Vanwege die stille schreeuw die zij met God verbond, vanwege dat visioen van een nieuwe aarde en hemel heeft ze niet alleen gewerkt, maar ook gezongen en gedanst, liefgehad, gedicht en gelachen.

Spreken over God

Het andere levensthema van Dorothee Sölle was het vinden van een nieuwe taal voor het spreken over en met God. In haar eerste boek ‘Plaatsbekleding‘ had ze afstand genomen van het beeld van een almachtige God. Wat in Auschwitz gebeurd is, was voor haar - en voor veel anderen - niet te verbinden met het beeld van een God die het al beheert en beheerst. De afwezigheid van God midden in de hel ervoer ze als de dood van God. Ook al brachten haar uitspraken onbegrip, haat en afwijzing teweeg, ze openden voor haar wel een weg om op een echtere en eerlijker wijze over God te leren denken, God te zeggen, en in God te geloven.

Ze schaart zich achter de uitspraak dat God mensen nodig heeft: ‘God heeft in deze wereld geen andere handen dan de onze om iets te doen.’ Tegelijk zegt ze: ‘en wij hebben God nodig, niet als de grote regelaar, maar als uitdrukking van iets groters dan wijzelf, als bron van leven die er al was vóórdat wij er waren en waardoor we het leven als een geleend geschenk mogen aanvaarden.’

Liefde die wederkerig is

Om nieuwe woorden en beelden voor het spreken over en met God te vinden gaat ze op zoek bij de mystici o.a. bij Meester Eckhart en Teresa van Avila, en ook bij Simone Weil en Martin Buber. Zij spraken meer omvattend over God en ook meer innerlijk dan academici. Niet alleen over God in ons, maar ook over de tranen en de blijdschap van God, over de ontroostbaarheid van God en het stille geschreeuw dat gehoord wil worden. Over God die zich meedeelt en God die meeweet en meelijdt. Uit de taal waarin de mystici over God spraken, sprak niet zozeer een gezagsverhouding als wel een relatie, een liefdesrelatie. Er is een groot verlangen in haar naar een levende Godservaring, naar liefde die er zomaar is, ‘zonder waarom en waartoe‘.

Het is een vraag die ze vaak stelt: in de kerk wordt het evangelie samengevat met het woord liefde. ‘God houdt van je. Hij beschermt je, God maakt je nieuw, wordt er gezegd. Alsof het in de liefde om eenrichtingsverkeer gaat. Want wanneer hoor je nou dat mensen naar God verlangen, God willen beschermen, of God nieuw maken? Of zoiets zeggen als U hoeft geen angst te hebben, wij willen met U verder, we geven het niet op!’
‘We zijn het waard‘

Het is die wederkerigheid die ze zoekt in het gebed, in de mystiek en in poëzie. Bidden is voor haar geen privé-aangelegenheid maar een gemeenschappelijke daad van verzet. Als mensen samen bidden, zegt ze, - op de Filippijnen, in Irak, hier in eigen land, als ze hun verdriet en hun blijdschap delen met elkaar en God tot bondgenoot maken, dan lichten hun verlangens en angsten erin op. Ze zeggen ermee: ‘ons leven en onze ervaringen zijn niet willekeurig, we zijn geen wegwerpprodukten. We zijn het waard om herinnerd en overdacht, beklaagd en benoemd te worden’.

In het gesprek met mystici wordt haar duidelijk dat je de grote verlangens naar recht, heelheid, een menswaardiger bestaan, niet zomaar in je hebt. Daar is meer voor nodig dan inzicht, ervaring of analyse. Je moet ze leren en ze leren uitspreken en delen. ‘Telkens als we ons aan een andere taal wagen dan de taal van het hebben, dan raken we aan een bron van kracht’, zegt ze.

Daarom waren de psalmen een soort levenskost voor haar. Ze raadde aan ze dagelijks te proeven en te kauwen (ongeacht welke), en die verzen te herhalen waar kracht van uitgaat, die je sterken om ja of nee te zeggen. ‘Vind je eigen psalm’, zei ze. ‘Dat is een levensopgave‘.

Dorothee Sölle is op veel weerstand en kritiek gestoten binnen kerk en universiteit, een mens aangeraakt door de adem van God. Een vrouw die je liet delen in momenten van intensheid, van bevinding. Ze heeft velen ontroerd en diep geraakt.

Gegevens van dit verhaal zijn
ontleend aan een radiogesprek
door ds Judith van der Werf, opgenomen
in het Maandblad van het IKON-pastoraat.
Henk Ubas, 7-3-2005

NIEUW Zie voor lezingen over Dorothee Sölle:

ACCENT 13 + 27 oktober 2005 in 's-Gravenzande en op

ACCENT 14 + 28 februari 2006 in Sliedrecht

respectievelijk op:

's-Gravenzande en Alblasserwaard in linkerkolom.